besluit volgt later

Kabinet kijkt naar tijdelijke verlaging wegenbelasting vanwege brandstofprijzen

In tegenstelling tot meerdere Europese landen, heeft het Nederlandse kabinet nog geen beslissing genomen om consumenten en bedrijfsleven tegemoet te komen in de hoge brandstofprijzen. Foto: Shutterstock, 2026

Om de automobilist tegemoet te komen in de energiecrisis, kijkt het kabinet naar het tijdelijk verlagen van de wegenbelasting. Dat bevestigen ingewijden na berichtgeving van De Telegraaf.

Het is een van de opties die op tafel liggen om te compenseren voor de hoge prijzen aan de pomp. Een besluit volgt later. Het kabinet heeft eerder op een rij gezet welke mogelijkheden er zijn om mensen tegemoet te komen nu de prijzen voor olie en gas wereldwijd zijn gestegen. Daar stond toen wel het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding en de verlaging van de accijns op benzine en diesel tussen, maar de lagere motorrijtuigenbelasting niet.

Autobezit wordt in Nederland belast op basis van gewicht en brandstof van de auto. Voor elektrische en hybride auto’s is er een gereduceerd tarief. Als die belasting 1 procentpunt lager wordt, haalt de fiscus zo’n 46 miljoen euro minder op. Volgens het Nibud kost een middenklasser op benzine per maand ongeveer 88 euro aan wegenbelasting.

In Duitsland heeft bondskanselier Friedrich Merz maandag 13 april een accijnsverlaging aangekondigd op benzine en diesel van 17 cent per liter. Waar meerdere landen in Europa maatregelen hebben genomen tegen de hoge brandstofprijzen, stelt het Nederlandse kabinet zich tot op dit moment op het standpunt geen overhaaste beslissing te willen nemen. Het verlagen van de accijns op benzine en diesel heeft niet de voorkeur van het minderheidskabinet, liet premier Rob Jetten al eens doorschemeren tijdens zijn wekelijkse persconferentie: “Omdat die veel geld kost, maar huishoudens en ondernemers onvoldoende helpt.” Het kabinet wil dat compensatiemaatregelen vooral terechtkomen bij mensen die het hardst geraakt worden door de hoge prijzen.

Lees ook:

Auteur: Paul Blonk