Debat

‘Verdeelheid in Tweede Kamer over aanpak stijgende brandstofprijzen’

In de Tweede Kamer is een debat aan de gang over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Foto: Shutterstock

In de Tweede Kamer is tijdens het debat over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten verdeeld gereageerd op voorstellen om de stijgende brandstofprijzen aan te pakken. Vooral een prijsplafond aan de pomp en het aanpakken van overwinsten van oliebedrijven leidt tot discussie.

Partijleider Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA) pleitte tijdens het debat voor een maximumprijs voor brandstoffen, waarbij olie- en gasbedrijven de kosten moeten dragen. Bij D66 en het CDA klonk voorzichtige interesse. Stephan Neijenhuis (D66) noemde het voorstel ‘interessant’, maar wilde wel weten of Klaver bereid is de overheid te laten bijbetalen, mochten producenten niet willen interen op hun marges. Klaver wil dat nadrukkelijk niet. Volgens hem mogen burgers niet opdraaien voor hogere prijzen.

Henri Bontenbal (CDA) wees tevens op mogelijke nadelen. Hij denkt dat een maximumprijs er juist voor zorgt dat alle pomphouders die prijs aanhouden en de rekening daardoor extra hoog blijft. Ook zou de prijs minder snel kunnen dalen als de overheid ingrijpt in de markt. Pieter Grinwis (ChristenUnie) deelt die vrees. “Ik geloof direct dat het een prijsstijging afremt, maar een prijsdaling mogelijk ook.”

Accijnsverlaging als alternatief

De VVD ziet meer in snelle maatregelen, zoals het verlagen van de brandstofaccijnzen. Ook Hidde Heutink (Groep Markuszower) pleit daarvoor, omdat andere oplossingen volgens hem te lang duren. Klaver noemt accijnsverlaging juist “ontzettend duur” en waarschuwt dat dit kan leiden tot bezuinigingen, bijvoorbeeld op de zorg. Hij erkende echter wel dat er enige tijd nodig is voordat het prijsplafond kan ingaan, aangezien daarvoor een wetswijziging nodig is. “Alle beloftes dat het volgende week beter is, zijn niet waar.”

Coalitiepartij D66 is terughoudend over de accijnsverlaging. Kamerlid Stephan Nijenhuis stelt dat een accijnsverlaging “voor 90 procent terechtkomt bij hogere inkomens. D66 wil juist de mensen helpen die de hoge prijzen aan de pomp niet kunnen betalen. oost Eerdmans (JA21) vindt het “extreem oneerlijk” dat de coalitie rijke mensen die tanken “als melkkoe behandelt”.

Ook SP wil een accijnsverlaging, zei Jimmy Dijk. Daarnaast wil hij, net als GroenLinks, dat oliebedrijven iets inleveren van de overwinsten die zij behalen door de hoge prijzen van olie en gas. Dat geld moet worden gebruikt om huishoudens te compenseren voor de sterk gestegen prijzen aan de pomp. Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) vindt eveneens dat energiebedrijven moeten bijdragen aan steunmaatregelen. Haar partij wil daarnaast dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen wordt verminderd.

De Tweede Kamer is het nog niet eens over plannen om het minderheidskabinet tot maatregelen te dwingen. Alleen onderzoek naar maatregelen, zoals een prijsplafond, krijgt steun van een meerderheid.

In het kort de opties die de Tweede Kamer oppert:

Prijsplafond op benzine en diesel naar Belgisch voorbeeld. Hierbij wordt een maximumprijs voor benzine en diesel vastgesteld. GroenLinks stelt dat de kosten niet bij de belastingbetaler moeten komen te liggen, maar dat de winstmarges van oliebedrijven omlaag moeten. Een prijsplafond zal volgens GroenLinks de stijgende prijzen niet volledig stoppen, maar wel afremmen.

Verlaging van accijnzen op benzine en diesel. Met name rechtse partijen kijken hiernaar en zien dit als een snelle maatregel die kan worden doorgevoerd.

Lees ook:

Auteur: Redactie Mobility Energy / ANP