Oostenrijkse mobiliteitsclub ÖAMTC wil actie tegen laadpasdiscriminatie

Elektrische rijders kunnen bij dezelfde laadpaal sterk uiteenlopende tarieven betalen, afhankelijk van de gebruikte laadpas of betaalmethode. In Oostenrijk loopt het prijsverschil in sommige gevallen op tot bijna 70 cent per kWh, oftewel 142 procent ten opzichte van het goedkoopste tarief. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Arthur D. Little in opdracht van mobiliteitsorganisatie ÖAMTC.
Voor het onderzoek werden de laadprijzen van achttien grote Oostenrijkse laadproviders vergeleken. Daarbij is gekeken naar de prijs per kilowattuur bij betaling met de laadpas van de exploitant zelf, met een creditcard en via het standaardtarief dat exploitanten aanbieden aan concurrerende laadproviders.
Volgens ÖAMTC blijkt daaruit dat consumenten die rechtstreeks met een creditcard betalen in twee derde van de onderzochte gevallen goedkoper uit zijn dan klanten die via een concurrerende laadpas laden. Andere laadnetwerken betalen in 90 procent van de gevallen bovendien een hoger tarief dan de eigen klanten van de exploitant. De maximale opslag bedraagt volgens het onderzoek 118 procent.
Gebrek aan transparantie
ÖAMTC-directeur Ernst Kloboucnik stelt dat de huidige tariefstructuur voor consumenten moeilijk te doorgronden is. Anders dan bij een regulier tankstation is bij een laadpaal volgens de organisatie vaak niet direct zichtbaar welk tarief daadwerkelijk wordt afgerekend.
Ook de gebruikte betaalmethode kan tot een ander tarief leiden. Daardoor is het volgens ÖAMTC voor elektrische rijders lastig om vooraf te bepalen wat een laadsessie uiteindelijk kost.
“Zelfs ervaren elektrische rijders kunnen voor het starten van het laden vaak niet inschatten wat ze uiteindelijk betalen”, aldus Kloboucnik. Volgens hem remt het gebrek aan prijstransparantie de verdere groei van elektrisch rijden onder particuliere gebruikers.
Europese regels
Sinds april 2024 geldt in Europa de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR). Die schrijft onder meer voor dat prijzen bij openbare laadpunten eenvoudig, transparant, vergelijkbaar en niet-discriminerend moeten zijn.
Volgens ÖAMTC sluit de praktijk daar nog onvoldoende op aan. De organisatie roept de Europese Commissie daarom op om bij de herziening van AFIR te onderzoeken of vergelijkbare problemen ook in andere Europese landen spelen.
De mobiliteitsclub pleit daarnaast voor strengere regels tegen ongelijke behandeling van laadproviders en beter toezicht op de naleving ervan. Als de markt daar zelf onvoldoende in slaagt, zouden volgens ÖAMTC ook maximumtoeslagen of maximumprijzen voor consumenten kunnen worden overwogen, vergelijkbaar met Europese regels rond roaming in de telecomsector.





